Rood: je bedrijfsrem of een van de twee remcircuits doet het niet zoals het hoort. Dit is de zware.
Geel continu: een elektrisch vastgesteld defect in het remsysteem. Je remt nog, maar er is echt iets kapot.
Geel knipperend: een melding die geen storing is. Die hoort uit te gaan zodra je boven 10 km per uur komt.
Apart geel lampje voor de aanhanger: dat signaal komt uit de aanhangwagen zelf.
Rood: het bedrijfsremsysteem
een rood waarschuwingssignaal om aan te geven dat er sprake is van een elders in dit reglement beschreven storing in het remsysteem van het voertuig die de voorgeschreven werking van het bedrijfsremsysteem en/of de werking van ten minste een van de twee onafhankelijke bedrijfsremcircuits onmogelijk maakt
VN/ECE-reglement nr. 13, punt 5.2.1.29.1.1.
Rood gaat dus specifiek over je bedrijfsrem. Niet over een sensor, niet over een meldingetje. Dit is het lampje waarbij je niet doorrijdt.
Geel: alles wat elektrisch is vastgesteld
in voorkomend geval, een geel waarschuwingssignaal om aan te geven dat er sprake is van een ander elektrisch geconstateerd defect in het remsysteem van het voertuig dan een defect dat door het in punt 5.2.1.29.1.1 bedoelde rode waarschuwingssignaal wordt aangegeven
VN/ECE-reglement nr. 13, punt 5.2.1.29.1.2.
Dit is ook het lampje dat voor ABS wordt gebruikt. Bijlage 13 van hetzelfde reglement zegt dat storingen in de elektrische bedieningsoverbrenging van het antiblokkeersysteem via precies dit gele signaal moeten worden gemeld.
Belangrijk om te weten wat het niet betekent. Bij zo'n storing schrijft het reglement voor dat de restremwerking nog steeds moet voldoen aan de eisen. Je remt dus nog, je bent de antiblokkeerfunctie kwijt. Dat is een groot verschil, en het is de reden dat geel geen rood is.
Het verschil dat bijna niemand kent: knipperen of continu
Hier zit de meeste verwarring, en het reglement is er glashelder over.
Bij een echte, in het reglement omschreven storing moet het signaal continu branden, niet knipperen, en het moet blijven branden zolang de storing er is en het contact aanstaat.
Punten 5.2.1.29.4.2 en 5.2.1.29.4.3.
Meldingen die géén omschreven storing zijn, mogen ook via het gele lampje, maar dan onder strikte voorwaarden: alleen als het voertuig stilstaat, alleen door te knipperen, en:
Het waarschuwingssignaal moet echter uitgaan zodra het voertuig een snelheid van meer dan 10 km/h heeft ontwikkeld.
Punt 5.2.1.29.6.3.
In gewone taal. Knippert het geel en gaat het uit zodra je wegrijdt, dan was het een melding en geen defect. Brandt het geel continu door terwijl je rijdt, dan heeft het systeem een echt defect vastgesteld en gaat dat niet vanzelf weg.
Het gele lampje van je aanhanger komt niet uit je trekker
Dit signaal moet vanuit de aanhangwagen worden geactiveerd via pool 5 van de elektrische connector volgens ISO 7638:2003 en het door de aanhangwagen verzonden signaal moet in alle gevallen zonder significante vertraging of wijziging worden weergegeven.
VN/ECE-reglement nr. 13, punt 5.2.1.29.2.
Er moet dus een apart geel lampje zijn voor het remsysteem van de aanhangwagen, en dat signaal wordt door de aanhanger zelf aangestuurd via pool 5 van de ISO 7638-stekker. Je trekker mag het niet vertragen en niet aanpassen, alleen doorgeven.
Dat betekent iets praktisch: brandt dat lampje, dan zoek je niet in je trekker maar bij je aanhanger of bij de verbinding ertussen. En koppel je een andere oplegger aan, dan kan hetzelfde lampje meteen weg zijn. Dat is geen toeval, dat is hoe het bedoeld is.
Waarom alles oplicht als je het contact omdraait
Dat is voorgeschreven. De waarschuwingssignalen moeten oplichten zodra de elektrische circuits onder spanning komen, en het remsysteem moet terwijl het voertuig stilstaat controleren of er geen storingen zijn voordat het de lampjes mag doven.
Punt 5.2.1.29.5.
Het geklik dat je daarbij hoort is ook geen toeval: bij stroomtoevoer terwijl het voertuig stilstaat moeten de elektrisch gestuurde pneumatische regelventielen ten minste één cyclus doorlopen. Het systeem test zichzelf.
En storingen die stilstaand niet vast te stellen zijn, worden bewaard. Die komen bij de volgende start gewoon terug tot ze zijn opgelost. Contact uit en weer aan lost dus niets op.
Wielsensoren: waarom een lampje soms pas bij het wegrijden komt
Een sensor die stilstaand niets kan melden omdat het wiel niet draait, moet volgens bijlage 13 gemeld worden voordat je 10 km per uur bereikt. De controle mag worden uitgesteld om valse meldingen te voorkomen, maar uiterlijk bij meer dan 15 km per uur moet het signaal er zijn.
VN/ECE-reglement nr. 13, bijlage 13, punt 4.1.1.
Komt je gele lampje dus pas op als je het erf afrijdt, dan is dat precies zoals het hoort te werken. Het systeem kon het stilstaand niet zien.
Bronnen
- Reglement nr. 13 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen van de categorieën M, N en O wat remsystemen betreft. Punten 5.2.1.29.1.1, 5.2.1.29.1.2, 5.2.1.29.2, 5.2.1.29.4, 5.2.1.29.5 en 5.2.1.29.6, en bijlage 13, punten 4.1, 4.1.1, 4.1.2, 4.2 en 4.3. Publicatieblad van de Europese Unie L 42 van 18 februari 2016.
Alle citaten zijn woordelijk overgenomen uit de Nederlandse taalversie op EUR-Lex en op 19 augustus 2026 nagekeken. Dit reglement stelt eisen aan de goedkeuring van het voertuig. Wat je merk verder nog op je dashboard zet, staat er los van.
Sta je stil? Kijk waar nog plek is.
Chauffeurs melden zelf wat ze zien. Parking vol, file, gevaar, wegenwerken. Open de app en rij niet meer alleen.