Luchtdrukremmen en de veerrem

Het idee dat je remmen uitvallen als je lucht kwijtraakt klopt niet. Het omgekeerde gebeurt. Hieronder waarom, met de tekst van het reglement erbij.

Nagekeken op 21 augustus 2026 6 minuten lezen
Kort antwoord

De veer remt, de lucht lost. Lucht houdt de rem open, niet dicht.

Druk weg: de veren duwen de rem aan. Je staat stil, je rijdt niet door.

Waarschuwing: voordat de remonderdelen in beweging komen moet er een signaal zijn, optisch of akoestisch.

Lossen: minstens drie keer aanzetten en lossen vanaf de aangegeven maximumdruk.

Het werkt omgekeerd aan wat je zou denken

Bij een auto duwt de druk de rem aan. Bij een vrachtwagen is dat bij de veerrem precies andersom, en het reglement zegt het zelf:

Veerremsystemen”: remsystemen waarbij de benodigde remenergie wordt geleverd door een of meer veren die als energieopslagvoorziening (energieaccumulator) fungeren.

VN/ECE-reglement nr. 13, bijlage over veerremsystemen, punt 1.1.

De remkracht komt dus uit een veer, niet uit lucht. Die veer staat altijd te duwen. Wat de lucht doet, staat in de volgende zin:

De energie die nodig is om de veer in te drukken en de rem te lossen, wordt geleverd en geregeld door het door de bestuurder bediende „bedieningsorgaan”.

Zelfde bijlage, punt 1.1.1.

De lucht drukt de veer in en houdt daarmee de rem open. Verlies je druk, dan wint de veer en gaat de rem dicht. Dat is geen storing maar het ontwerp: een vrachtwagen die lucht verliest hoort tot stilstand te komen, niet door te rollen.

De ruimte waarin dat gebeurt heet in het reglement de veercompressiekamer.

Waarom de veerrem geen bedrijfsrem is

Een veerremsysteem mag niet als bedrijfsremsysteem worden gebruikt. Bij een storing in een onderdeel van de overbrenging van het bedrijfsremsysteem mag echter een veerremsysteem worden gebruikt om de restremwerking van punt 5.2.1.4 van dit reglement te bereiken, mits de bestuurder deze werking kan doseren.

Zelfde bijlage, punt 2.1.

Twee dingen. De veerrem is niet je gewone rem, en mag dat ook niet zijn. Maar bij een storing in de bedrijfsrem mag hij wél worden ingezet om de restremwerking te halen, op één voorwaarde: dat je hem kunt doseren.

Dat woord doseren is de kern. Een veerrem die alleen aan of uit kan is geen remsysteem waarmee je een voertuig beheerst tot stilstand brengt.

Reserves: waarom er twee moeten zijn

Het voedingscircuit van de veercompressiekamer moet of een eigen energiereserve bevatten, of gevoed worden door ten minste twee onafhankelijke energiereserves.

Zelfde bijlage, punt 2.3.1.

Er moet dus een eigen luchtvoorraad zijn voor het lossen van de veerremmen, of minstens twee die los van elkaar staan. De gedachte erachter is simpel: als één voorraad leegloopt, mag dat niet betekenen dat je nergens meer heen kunt.

In hetzelfde punt staat ook dat een afname van druk in de toevoerleiding naar de aanhangwagen de veerremmen niet in werking mag stellen, en dat hulpuitrusting de reserve voor het lossen niet mag leegtrekken.

De waarschuwing komt voordat het gebeurt

Dit is het punt dat je op de weg merkt. Er moet een signaal zijn voordat de rem daadwerkelijk begint aan te grijpen:

zover daalt dat de remonderdelen in beweging komen, moet een optisch of akoestisch waarschuwingssignaal worden geactiveerd. Mits aan dit voorschrift wordt voldaan, mag het waarschuwingssignaal het rode waarschuwingssignaal van punt 5.2.1.29.1.1 van dit reglement zijn. Deze bepaling geldt niet voor aanhangwagens.

Zelfde bijlage, punt 2.6. Het citaat begint midden in de zin omdat de aanhef de meetpunten opsomt.

Dat rode signaal waar naar verwezen wordt is hetzelfde rode remlampje dat elders in het reglement is gedefinieerd. Wat dat lampje betekent en hoe het zich verhoudt tot het gele, staat in rood of geel remlampje.

Let op de laatste zin: deze waarschuwingsplicht geldt niet voor aanhangwagens. Je waarschuwing komt dus uit je trekker.

Drie keer lossen, en waarom dat een grens is

Bij motorvoertuigen moet het systeem zo zijn ontworpen dat de remmen ten minste driemaal in werking kunnen worden gesteld en gelost als de begindruk in de veercompressiekamer gelijk is aan de aangegeven maximumdruk.

Zelfde bijlage, punt 2.4.

Drie keer is dus het ontwerpminimum, gerekend vanaf volle druk. Dat is geen belofte dat je er tien keer mee kunt manoeuvreren als je motor niet draait. Wie bij een stilstaande motor blijft rangeren met de handrem, komt sneller aan het einde van zijn reserve dan hij denkt.

En er zit een vergrendeling op het lossen:

Nadat de veerremmen in werking zijn gesteld, mogen zij pas worden gelost als er in het bedrijfsremsysteem voldoende druk is om met het bedieningsorgaan van het bedrijfsremsysteem ten minste de voor het beladen voertuig voorgeschreven restremwerking te waarborgen.

Zelfde bijlage, punt 2.3.4.

Je kunt de veerremmen dus niet lossen zolang er niet genoeg druk staat om daarna nog te kunnen remmen. Blijft je handrem er ondanks opbouwende druk op staan, dan is dat precies wat deze bepaling voorschrijft.

Verder lezen

Bronnen

  • Reglement nr. 13 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties, bijlage inzake veerremsystemen, punten 1.1, 1.1.1, 1.2, 2.1, 2.3.1, 2.3.4, 2.4 en 2.6. Publicatieblad van de Europese Unie L 42 van 18 februari 2016. EUR-Lex

Woordelijk overgenomen uit de Nederlandse taalversie op EUR-Lex en nagekeken op 21 augustus 2026. Dit reglement stelt eisen aan de goedkeuring van het voertuig. Hoe jouw specifieke systeem is uitgevoerd, welke drukken erbij horen en hoe je noodlossing werkt, staat in de documentatie van je voertuig.

De app is live

Sta je stil? Kijk waar nog plek is.

Chauffeurs melden zelf wat ze zien. Parking vol, file, gevaar, wegenwerken. Open de app en rij niet meer alleen.

Open de app