Enkelvoudige niet-aangedreven as: 10 ton.
Aangedreven as: 11,5 ton.
Drieassenstel oplegger: 24 ton bij een asafstand tussen 1,3 en 1,4 meter.
En een minimum: op je aangedreven as moet in internationaal verkeer minstens 25 procent van je totaalgewicht staan.
Op deze pagina
De wettelijke grenzen per as
Deze staan in bijlage I van richtlijn 96/53/EG. Ze gelden voor internationaal verkeer binnen de Unie. De twee die je het vaakst nodig hebt, staan er woordelijk zo:
3.1. Enkelvoudige assen — Enkelvoudige niet-aangedreven as 10 t
3.4.1. Aangedreven as van de voertuigen bedoeld in de punten 2.2.1 en 2.2.2 — 11,5 t
Richtlijn 96/53/EG, bijlage I, punten 3.1 en 3.4.1.
Voor assenstellen hangt de grens af van de afstand tussen de assen. Hoe verder ze uit elkaar staan, hoe meer het stel samen mag dragen:
| Tweeassenstel oplegger of aanhangwagen | |
| minder dan 1,0 m | 11 ton |
| 1,0 tot 1,3 m | 16 ton |
| 1,3 tot 1,8 m | 18 ton |
| 1,8 m of meer | 20 ton |
| Drieassenstel oplegger of aanhangwagen | |
| tot en met 1,3 m | 21 ton |
| meer dan 1,3 tot 1,4 m | 24 ton |
Richtlijn 96/53/EG, bijlage I, punten 3.2 en 3.3. Wij geven deze als tabel en niet als citaat, omdat in de geconsolideerde Nederlandse versie op punt 3.2.1 een stukje Duitse tekst tussen de Nederlandse is blijven staan. De getallen zelf zijn eenduidig.
Een standaard drieassige oplegger met assen op ongeveer 1,31 meter zit dus in de rubriek van 24 ton. Dat is het cijfer waar je in de praktijk mee rekent.
De regel die bijna niemand kent
Iedereen kijkt naar maxima. Maar er staat ook een minimum in dezelfde bijlage, en dat is het punt waar goedbedoelde ladingverdeling misgaat:
De druk op de aangedreven as of assen van een voertuig of voertuigcombinatie mag bij gebruik in het internationale verkeer niet minder bedragen dan 25 % van het totaalgewicht in beladen toestand van het voertuig of de combinatie.
Richtlijn 96/53/EG, bijlage I, punt 4.1.
Bij 40 ton totaal betekent dat minstens 10 ton op je aangedreven as. Schuif je je lading zo ver naar achteren dat je trekker licht komt te staan, dan overtreed je een regel ook al zit geen enkele as boven zijn maximum.
De reden erachter is tractie. Een aangedreven as die te licht staat grijpt niet op een natte helling. Dit is dus geen papieren regel, het is de reden dat je bij regen op een oprit blijft steken.
Hoe je uitrekent wat op welke as landt
Voor een oplegger is dit een hefboom met twee steunpunten: de koppelschotel voorin en het assenstel achterin. Waar je lading tussen die twee staat, bepaalt hoe het gewicht zich verdeelt.
Je hebt twee maten nodig:
| L | afstand van de koppelschotel tot het midden van je assenstel |
| a | afstand van de koppelschotel tot het zwaartepunt van je lading |
Dan geldt voor een lading met gewicht G:
| Op je opleggerassen | G × a ÷ L |
| Op je koppelschotel | G × (L − a) ÷ L |
De controle is simpel: die twee samen zijn altijd G. Staat je lading precies boven het assenstel, dan is a gelijk aan L en draagt het assenstel alles. Staat ze pal boven de koppelschotel, dan draagt de trekker alles.
Een voorbeeld om het te zien
Stel L is 7,5 meter en je hebt 24 ton lading met het zwaartepunt op 4 meter achter de koppelschotel.
| Opleggerassen | 24 × 4 ÷ 7,5 = 12,8 ton |
| Koppelschotel | 24 × 3,5 ÷ 7,5 = 11,2 ton |
Samen 24 ton, dat klopt. Let op: dit is alleen wat je lading doet. Het eigen gewicht van je oplegger komt daar nog bij, en dat verdeelt zich volgens dezelfde hefboom over dezelfde twee punten. Je kentekenbewijs en je opleggerdocumentatie geven die verdeling.
Meet je eigen L. Die verschilt per oplegger, en bij een oplegger met een verschuifbaar assenstel verandert hij zodra je schuift.
Wat een meter schuiven doet
Neem hetzelfde voorbeeld en schuif je lading één meter naar voren, dus a wordt 3 meter:
| Opleggerassen | 24 × 3 ÷ 7,5 = 9,6 ton |
| Koppelschotel | 24 × 4,5 ÷ 7,5 = 14,4 ton |
Eén meter verplaatste dus 3,2 ton van je opleggerassen naar je trekker.
Dat getal kun je zelf uitrekenen voor je eigen combinatie: per meter verschuif je G gedeeld door L aan tonnen. Bij 24 ton en een L van 7,5 meter is dat 24 ÷ 7,5 = 3,2 ton per meter. Bij een zwaardere lading of een kortere L gaat het harder.
Daarom kan een pallet die een halve meter verkeerd staat het verschil zijn tussen goedgekeurd en te zwaar. En daarom is schuiven met een verschuifbaar assenstel geen fijnregeling maar een grove ingreep.
Waarom je gewicht kan kloppen en je as toch te zwaar is
Een weegbrug bij de verlader geeft vaak alleen je totaal. Dat totaal kan netjes onder de 40 ton zitten terwijl je achteras er ruim overheen gaat, omdat het totaal niets zegt over de verdeling.
Het gebeurt vooral in drie situaties. Bij een gedeeltelijke lading die vooraan of achteraan is geladen in plaats van rond het zwaartepunt. Bij dichte lading in een klein volume, zoals staal, papier of drank, waar het gewicht op een korte lengte staat. En bij lossen in etappes, want zodra je de eerste helft eruit hebt, verschuift het zwaartepunt van wat overblijft.
Dat laatste is de meest onderschatte. Je vertrok correct beladen, je lost twee stops, en daarna staat de rest van je lading op een plek waar je nooit voor gerekend hebt.
Wat je eraan doet
| 1 | Vraag bij dichte lading waar het zwaartepunt zit, niet alleen wat het weegt. |
| 2 | Ken je eigen L. Meet hem één keer op en onthoud hem, dan kun je overal rekenen. |
| 3 | Reken na bij deellading, en opnieuw na elke los-stop. |
| 4 | Heb je een verschuifbaar assenstel, gebruik het bewust en weet welke kant welke as ontlast. Naar voren schuiven van het assenstel belast de opleggerassen zwaarder, naar achteren juist je trekker. |
| 5 | Weeg per as als het spannend is. Veel verladers en tankstations hebben een asweegbrug. |
En denk aan het minimum uit punt 4.1. Ontlast je je trekker te ver, dan los je het ene probleem op en maak je het andere.
Verder lezen
Bronnen
- Richtlijn 96/53/EG van de Raad houdende vaststelling van de maximaal toegestane afmetingen en gewichten in het nationale en internationale verkeer, bijlage I, punten 2.2, 2.3, 3.1 tot en met 3.5 en 4.1. Geraadpleegd in de geconsolideerde versie van 26 mei 2015. EUR-Lex
De wetteksten zijn woordelijk overgenomen uit de Nederlandse taalversie op EUR-Lex en nagekeken op 21 augustus 2026. De rekenvoorbeelden zijn van ons en dienen als illustratie van de hefboom; vul je eigen maten in. Lidstaten kunnen voor binnenlands vervoer andere grenzen hanteren, en voor uitzonderlijk vervoer geldt een apart vergunningstelsel. Deze pagina gaat over het Europese kader voor internationaal verkeer.
Sta je stil? Kijk waar nog plek is.
Chauffeurs melden zelf wat ze zien. Parking vol, file, gevaar, wegenwerken. Open de app en rij niet meer alleen.